Fujifilm 50mm f/1.0 – “The One”

Fujifilm 50mm f/1.0 – “The One”

Fujifilm 50mm f/1.0 – “The One”

Het f-woord. Er is veel over te doen. Sommige zeggen dat minder f altijd beter is, voor anderen kan het niet genoeg zijn. De optimale hoeveelheid f hangt af van de toepassing en de situatie. Sta je ergens alleen en kijk je uit over een uitgestrekte vlakte, dan kan het zomaar zijn dat je meer f prefereert. Ben je met zijn tweeën en is één van de twee het onderwerp, dan is minder f meer gepast. Ik heb het natuurlijk over de f van diafragma (precies)!

Als oud Canon 5D Mark III en Nikon Z6 fotograaf (full frame) is er één ding, zeker voor portretfotografie, dat ik gemist heb na mijn overstap naar Fujifilm (APS-C) en dat is de bokeh. Voor diegene die dat niet weten: Bokeh is het Japanse woord om de kwaliteit van de achtergrondonscherpte te benoemen. Full frame sensoren zijn groter en geven doorgaans een wazigere achtergrond dan hun kleinere APS-C concullega’s. Echter, dit is ook afhankelijk van de diafragmagrootte, de brandpuntsafstand van je objectief (uitgedrukt in mm) én de afstand tot je onderwerp. Mijn vreugde was dan ook groot toen ik las dat Fujifilm een 50mm portretlens (75mm op full frame) aan het ontwikkelen was met een diafragma van f/1!

Ik was eigenlijk, gezien de introductieprijs van 1599 euro, van plan om eerst wat reviews te lezen en te bekijken, zodat ik wat tijd had om te sparen en te beslissen of dit de lens voor mij is. Toen ik het objectief met al dat sexy glas in handen had, heb ik echter terplekke besloten om het mee naar huis te nemen. Na het objectief een tijdje gebruikt te hebben, is het tijd voor mijn eigen review. Fujifilm noemt deze lens ook wel “The One”. Laat ik eens testen of deze lens die titel waardig is. In deze review geen foto’s van bakstenen muren en MTF charts of labtests. Gewoon lekker fotograferen en afgaan op de beelden die het objectief mogelijk maakt.

De lens - bouwkwaliteit

De bouwkwaliteit is zoals we gewend zijn van Fujifilms XF serie. De behuizing is van metaal, evenals de vatting. Op het objectief zien we de diafragmaring (met sexy 1.0 aanduiding) en een hele grote rubberen ring voor manueel focussen.


Al met al voelt de lens heel degelijk en goed gebouwd. Echt een premium product. De lens is, in tegenstelling tot de meeste van zijn XF-broertjes, aan de grote en “zware” kant. Dit is natuurlijk te verwachten voor een lens met een dergelijk groot diafragma. Ook zet ik “zware” expres tussen aanhalingstekens; in het verleden schoot ik op een full frame camera met de Sigma 85mm 1.4 ART. Die lens weegt 1135 gram, terwijl deze Fujifilm 50mm f/1.0, 845 gram weegt (een verschil van 25%).

Ik was zelf eerlijk gezegd aangenaam verrast door de grootte en het gewicht van dit objectief. Ook de prijs viel mij alleszins mee. Om maar weer even te vergelijken: Nikon kwam vorig jaar met de Nikon Z 58mm f/0.95 Noct. Dit objectief weegt maar liefst 2000 gram (zonder autofocus) en kost op dit moment 7999 euro. Daar kreeg je dan wel een mooie draagkoffer (en gratis hernia) bij.

Ja, de Fujifilm 50mm f/1.0 is een stuk groter en zwaarder dan de Fujifilm 56mm f/1.2, de Fujifilm 50mm f/2.0 past er ongeveer 4x in, en zelfs de Fujifilm 90mm f/2.0 is niet zo fors, maar na een dag schieten had ik niet het idee dat ik iets bijzonder zwaars om mijn nek had hangen. Kanttekening daarbij is wel dat ik een grote vent ben. Ik kan mij voorstellen dat een persoon van 1.55m er iets meer moeite mee heeft.

Ik krijg regelmatig de vraag of de lens “uit balans” voelt. Ik snap zelf niet zo goed wat daar mee bedoeld wordt, aangezien ik tijdens het fotograferen sowieso altijd een hand onder de lens heb en de ander aan de camera zelf. Wellicht dat iemand mij dat kan uitleggen?

Een hele bijzondere feature die dit objectief heeft is autofocus. Nu hoor ik iedereen al roepen: WAT EEN ONZIN, want er zijn zoveel objectieven met autofocus! Dat laatste klopt, maar dit is het allereerste objectief, ooit op de wereld in de geschiedenis van de fotografie, dat een groot diafragma van f/1.0 weet te combineren met autofocus! Een primeur! Niet alleen heeft het objectief autofocus, de autofocus is ook nog eens redelijk snel (niet Fujifilm 50mm f/2.0 snel, maar sneller dan de Fujifilm 56mm f/1.2), redelijk stil (niet Fujifilm 50mm f/2.0 stil, maar stiller dan de Fujifilm 56mm f/1.2) en heel accuraat (niet Fujifilm 50mm f/2.0 accuraat, maar accurater dan.. je snapt mijn punt). Petje af Fujifilm!

De lens - beeldkwaliteit

Het begint een beetje een traditie te worden om mijn reviews, in ieder geval voor objectieven die het toelaten, te beginnen met een zelfportret in mijn thuisstudio (woonkamer). Deze lens is in eerste instantie gebouwd als portretlens dus dat komt goed uit! Onderstaand portret is geschoten op f/1.0 (daar koop je hem immers voor), 1/250s, ISO80, gebruik makend van een enkele studioflitser met stripbox en een reflector. Saillant detail om aan te geven hoeveel licht een f/1.0 objectief naar binnen trekt: zelfs op ISO80, met een sluitertijd van 1/250s én mijn 400Ws flitser op 1/32e van zijn vermogen, had ik een 3 stops ND filter nodig om een goed belichte foto te krijgen. CERN kan dit objectief bijna gebruiken om zwarte gaten te bestuderen! Ik dwaal af, excuus.

Wat een onwijze uitdaging is het, om een zelfportret te schieten op f/1.0. Dat ligt niet zozeer aan het objectief, dan wel aan de camera die ik gebruikt heb (Fujifilm X-T3). Natuurlijk is de scherptediepte minimaal met zo’n groot diafragma, maar op de een of andere manier heeft de EYE-AF (het automatisch focussen op de ogen) moeite met het vinden van mijn gezicht. Zou het de baard zijn? Of misschien de grijze (platinablond) haren daarin? Ik denk dat mijn camera baard- focus heeft, want op 80% van de foto’s was mijn baard superscherp, maar mijn ogen een waas.

Gelukkig kwam ik er al snel achter dat Fujifilm een firmware-update heeft uitgebracht die de compatibiliteit met het 50mm f/1.0 objectief optimaliseert, waarna het probleem grotendeels was verholpen. Een tip voor X-T2/3/4 gebruikers: update je firmware! Mijn eerste indruk van de scherpte op f/1.0? Oordeel eerst zelf.

Bovenstaande is een uitsnede van het zelfportret geschoten op f/1.0. Mijn eerste reactie was: wow! De scherpte is, zelfs met een dergelijk groot diafragma, al zeer goed. Natuurlijk valt er nog wel wat scherpte te winnen als je het objectief gebruikt op f/2.8 of zelfs f/8.0, maar op f/1.0 zijn alle details al glansrijk aanwezig. De scherpte op f/2.8 is iets hoger, maar dat kan ook komen omdat er meer in focus is.

Wat mij opvalt bij gebruik van dit objectief is dat de scherpte minder “digitaal” oogt dan bij bijvoorbeeld de 50mm f/2.0. Het is een beetje zoals de 35mm f/1.4, die vaak “the lens with soul” wordt genoemd. De scherpe delen van de foto bevatten veel detail, maar het beeld is niet klinisch scherp. Goed verhaal, goed onderbouwd ook zo, haha. Als ik eraan toe kom, zal ik eens een vergelijking maken met de 50mm f/2.0 die ik ook in mijn bezit heb, om te laten zien wat ik bedoel.

Draai je het diafragma dicht tot f4 (even een ander hoofd dan het mijne), dan zie je de scherpte zoals hij is en blijft tot f11.

Ingezoomd op de ogen zien we dat de foto echt héél scherp is:

In de beeldbank aan het einde van de review kan je nog meer portretten bekijken die geschoten zijn met de 50mm f/1.0. Op mijn website www.primeministerphotography.com kan je de foto’s ook in hoge kwaliteit bekijken.

Na de avonturen, of waren het avonduren, in mijn woonkamer, heb ik het objectief meegenomen de straat op. Ik gebruik mijn 50mm f2 regelmatig voor straatfotografie en ik wilde eens kijken hoe de 50mm f/1.0 zou presteren in situaties die wat meer “snelheid” vragen. Op naar Deventer! Waarom Deventer? Omdat ik daar nog nooit geweest ben. “Ik ben er nooit geweest, dus ik denk dat ik het er wel ken” was toch de gevleugelde uitspraak van onze roodharige rebel? Niet? Oh, dan heb ik dat verkeerd onthouden. Afijn, ik dwaal weer af.

Wat ik echt heel mooi vind bij bovenstaande én onderstaande foto, is de scheiding tussen het onderwerp en de achtergrond. Zelfs op een meter of 6 a 7 heb je nog mooie achtergrondonscherpte en staat het onderwerp iets dichterbij, dan is ook de voorgrond nog mooi onscherp. Ongekend voor een APS-C lens!

Zoals eerder gezegd is de tekening van het beeld ook fijn. Voor de onscherpte geldt eigenlijk hetzelfde als voor de scherpte. Scherpte is mooi scherp en onscherpte is mooi onscherp. Naar mijn mening oogt het eerder analoog dan digitaal. Ik ben tijdens mijn straatfotografie wel overtuigd geraakt van het feit dat dit een bijzonder stuk glas is!

Ook op straat kan de 50mm f/1.0 dus prima gebruikt worden. Oké, het is verre van de minst onopvallende lens in de line-up van Fujifilm, in tegendeel, maar omdat het een objectief van 50mm is (75mm FF equivalent), kan je toch vaak mensen fotograferen zonder dat ze het door hebben.

Je moet alleen wat verder vooruitkijken dan bij bijvoorbeeld de Fujifilm 23mm f/1.4 (35mm FF equivalent). De AF is niet de allersnelste, voor sport zou ik deze lens niet snel inzetten denk ik. Maar zo lang het onderwerp wandelt of langzaam fietst, houdt deze lens het in combinatie met de X-T3 prima bij. Bij de X-T4 zal dit nog iets beter gaan, daar de AF snelheid van die camera nog net iets hoger ligt.

De lens – Kabinet Paars III

Zoals u merkt ben ik heel enthousiast geworden van mijn eerste week met dit objectief. Het is een bijzonder stuk glas, die hele bijzondere foto’s mogelijk maakt. Maar is er dan helemaal niets negatiefs te melden, naast de grootte, het gewicht en de prijs? Natuurlijk wel.

Zo is de chromatische abberatie (paarse en/of groene gloed rondom fel belichtte onderwerpen) wel duidelijk aanwezig op f/1.0. Dat is ook precies wat je kunt verwachten van een lens met dergelijk groot diafragma. In de jpg files van de X- T3 is dit bijna niet zichtbaar (knap!). Echter, open je een RAW-bestand, dan is het een van die dingen die opvalt. Gelukkig is het makkelijk te corrigeren in de gebruikelijke nabewerkingsprogramma’s en daarom, voor mij, niet zo belangrijk, maar ik wil het toch even genoemd hebben. Je hebt natuurlijk helemaal geen last van die paarse en groene randjes als je in zwart-wit fotografeert.

De scherptediepte is iets waar ik wel echt aan heb moeten wennen. Met het gebruik van EYE-AF zat ik, tijdens het schieten van zelfportretten waarbij ik dus de camera niet direct kan bedienen, er in eerste instantie vaker naast dan dat het raak was. De firmware update voor de X-T3, in combinatie met wat sleutelen aan de AF-settings, hebben een hoop goed gemaakt, maar 100% betrouwbaar is het (nog) niet. Dat ging met mijn XF50mm f2.0 wel wat beter daar dat objectief veel sneller is. De 50mm f/1.0 heeft natuurlijk nogal wat glas te verplaatsen. Als ik zelf achter de camera stond had ik gelukkig een stuk minder last van de AF perikelen en waren toch zeker 90% van de foto’s in focus op een of beide ogen, zowel met EYE-AF als met single focus point. Het nadeel van zo’n groot diafragma is wel dat, als je ook maar een paar millimeter naar voor of naar achter beweegt, de focus al niet meer op de ogen ligt. Continuous-AF kan hierbij uitkomst bieden.

Ik had stiekem graag gewild dat het objectief toch nét iets dichterbij had kunnen scherpstellen. Je komt dichtbij genoeg voor headshots, dus de bestaansreden van dit (portret)objectief is ruimschoots gewaarborgd, maar toch stond ik tijdens het maken van portretten vaak dichterbij dan dat het objectief toe liet. Nu snap ik dat als het objectief nóg dichterbij had moeten kunnen focussen, er waarschijnlijk meer corrigerende elementen hadden moeten worden toegevoegd. Hierdoor was het objectief nog groter, zwaarder en duurder geworden en ook dat dit waarschijnlijk niet ten goede was gekomen van de beeldkwaliteit. Maar het was wel fijn geweest...

Beeldbeleving

Zoals eerder beschreven is de scherpte (en onscherpte) van dit objectief anders dan andere objectieven waar ik mee gewerkt heb en is het misschien niet zoals veel (digitale) fotografen dat gewend zijn. Begrijp me niet verkeerd, er is veel detail op de foto’s te zien en de foto’s zijn wel echt scherp waar ze scherp behoren te zijn, maar de lijnen zijn iets minder hard en de overgang van scherp naar onscherp is boterzacht. Ik vind het persoonlijk erg mooi en ik hou dan ook van de rendering (de beeldbeleving) die dit objectief mij geeft. Als je mij vraagt of het optisch perfect is, dan vraag ik jou op mijn beurt wat optische perfectie is. Naar mijn mening kunnen foto’s namelijk ook 'te scherp' zijn, waardoor het gewoon niet fijn is om naar te kijken. Het beeld dat door deze 50mm wordt vastgelegd zit, in combinatie met de X-Trans 4 sensor, daarentegen wel boordevol (fijn)detail en karakter. Dit is in mijn optiek (haha) veel belangrijker dan pure scherpte.

Conclusie

Tsja, wat kan ik er nog van zeggen. Soms koop je iets waar je zo blij van wordt dat superlatieven te kort schieten. Ik heb in de 50mm f/1.0 mijn (tot nu toe) favoriete portretlens gevonden. De lens is scherp, de beeldbeleving is bijna magisch te noemen en de bokeh is boterzacht. Dat het objectief autofocus heeft is al een bijzondere prestatie, maar dat het goed en snel (genoeg) werkt, is een klein wonder. Dit objectief zal ik, ondanks het gewicht en de grootte, niet snel thuislaten als ik ga fotograferen. Voor mij is dit, in ieder geval voor portretten, “The One”.



Geplaatst in: Tags:
Maarten Kuiper

Fotograaf, schrijver, docent

Fotografie is voor Maarten Kuiper een uit de hand gelopen hobby. Hij begon als landschapsfotograaf maar raakte meer en meer in de ban van portretfotografie, op zoek naar emotie, gevoel en persoonlijkheid. Daarnaast schrijft Kuiper blogs over fotografie, gedichten en korte verhalen.