Gratis verzending in de Benelux
Op werkdagen voor 21 uur besteld, morgen in huis
A.s. zondag: Koopzondag!
Categorieën
Merken
foto Hanny Bosveld

Cameraland maakt het simpel: scherptediepte, DOF en een wazige achtergrond uitgelegd

Wil je alles scherp op de foto of een onderwerp isoleren en een wazige, onscherpe achtergrond (bokeh) creëren? Lees dan deze uitleg over scherptediepte en bepaal voortaan zelf welk deel van je foto scherp of wazig is tijdens het fotograferen.

Scherptediepte, wat is dat nou eigenlijk?

De scherptediepte, in het Engels DOF (Depth Of Field) genaamd, is het gebied in de foto dat we als scherp ervaren, zie de onderstaande foto van narcissen ter verduidelijking.

Een foto genomen met een kleine scherptediepte (L) en een grote scherptediepte (R).

Op de eerste foto zie je dat er maar weinig scherp is. Op de tweede foto zie je dat alle narcissen scherper zijn en dat de achtergrond ook meer scherpte heeft gekregen. Je kunt dit scherpte gebied dus zelf groter en kleiner maken. Als er veel scherp is in je foto spreken we van een grote scherptediepte of DOF, is er maar weinig scherp dan noem je dat een kleine scherptediepte. Soms wil je dat alles van voor tot achter helemaal scherp is op je foto, dat is vaak zo bij landschapsfotografie. De voorgrond wil je dan meestal net zo scherp hebben als de horizon. Er zijn ook gevallen dat je liever minder scherptediepte hebt, de achtergrond kan dan bijvoorbeeld storend zijn, wat vaak het geval is bij macrofotografie. Fotografeer je een paddenstoel, dan moet deze scherp zijn, maar de storende bladeren op de achtergrond hou je liever wazig. Ook kan het heel interessant zijn om juist een klein deel scherp te houden om daar de aandacht op te vestigen. Kortom, als je controle hebt over de scherptediepte komt dat de creativiteit ten goede. Fantastisch, maar hoe stel je dat nu in op je camera?

Veel scherp = grote scherptediepte
Weinig scherp = kleine scherptediepte

Camera instellingen voor scherptediepte

Eigenlijk is het heel simpel, zet je camera in de AV-stand (Canon) of de A-stand (Nikon), in deze zogenaamde diafragmavoorkeuze stand bepaal je zelf het diafragma, ook wel de F-waarde genoemd. Draai aan het instelwiel en verander het diafragma getal. Maak je het getal groter dan is er meer scherp, verklein je het getal dan is er minder scherp.

Groter F-getal = meer scherp
Kleiner F-getal = minder scherp

Van groot naar klein, van scherp naar onscherp.

Is het dan zo simpel?

Ja en nee. Meer camera instellingen om de scherptediepte te regelen zijn er gewoonweg niet. Er zijn echter nog wel een aantal andere factoren die invloed hebben op de scherptediepte. Sterker nog, het begint al bij de keuze van je camera. De grootte van de beeldsensor is namelijk bepalend voor de scherptediepte.

1. Grootte van de sensor en camera keuze

  • De spiegelreflexcamera
  • Hierin zitten de grootste sensoren, vooral in de fullframe camera's. Met zo'n zogenaamde dSLR camera geniet je dus van de geringste scherptediepte. Wil je creatief aan de slag met beperkte scherptediepte, dan zit je met zo'n camera altijd goed.

  • De systeemcamera
    In een systeemcamera tref je vaak een sensor aan van een tussenmaat. Niet zo groot als in een dSLR, maar ook niet zo klein als die van de compactcamera. Prima om mee te experimenteren dus.
  • De compactcamera
    Compact camera's hebben doorgaans de kleinste sensoren, al kun je vandaag de dag compactcamera's krijgen met een grotere sensor, soms wel zo groot als het formaat in een spiegelreflexcamera. Met zo'n kleine sensor zijn je foto's vaak scherp van voor tot achter, wat bijvoorbeeld ideaal is bij landschapsfotografie. Het grote nadeel is natuurlijk dat een wazige achtergrond creëren veel moeilijker is, en soms zelfs onmogelijk.

Grote sensor = kleine scherptediepte
Kleine sensor = grote scherptediepte

Meer weten over sensorformaten? Lees: Alles over de beeldsensor en sensorformaten


2. Afstand tot je onderwerp

  • Sta je dicht bij je onderwerp waarop je hebt scherp gesteld, dan heb je maar weinig scherptediepte. Ga je verder van je onderwerp af staan, dan heb je meer scherptediepte.

Minder afstand tot onderwerp = minder scherptediepte
Meer afstand tot onderwerp = meer scherptediepte


3. Meer telebereik

Zoom je meer in of pak je een lens met meer MM's, dan krijg je een kleinere scherptediepte. Bij een groothoek opname is bijna altijd alles scherp, bij een grote telelens is er zo een smal gebied scherp dat je al snel een wazige achtergrond krijgt. Dan gaan we er wel even vanuit dat je vanaf dezelfde afstand aan het fotograferen bent. Ga je met een groothoek lens zo dicht op je onderwerp staan dat het even groot in beeld zou komen als bij een telelens, dan is de scherptediepte hetzelfde.

Meer groothoek = meer scherptediepte
Meer telebereik = minder scherptediepte


Hoe zit het eigenlijk met die wazige achtergrond?

Scherptediepte en een wazige achtergrond zijn niet dezelfde begrippen, maar zijn wel nauw met elkaar verbonden. Punt 2 en 3 zou je kunnen samenvoegen en er het begrip afbeeldingsmaatstaf aan hangen, ook wel vergrotingsfactor of reproductiefactor genoemd. Dat is hoe groot je een onderwerp daadwerkelijk in beeld kunt brengen. Dit is uiteraard afhankelijk hoe dicht je het onderwerp kunt benaderen met je lens en hoe ver je daar dan op in kunt zoomen. Een grote telelens die je al van 10cm scherp zou kunnen stellen heeft dus een hele hoge vergrotingsfactor. Macrolenzen hebben ook een hoge vergrotingsfactor, je kunt ze immers erg dicht op het onderwerp drukken. Nu snap je waarschijnlijk meteen waarom je bij macrofotografie zo'n beperkte scherptediepte hebt en veelal super wazige achtergronden.


Karakteristieke tele-opname met weinig scherptediepte. Foto gemaakt door Nathan Vink

De onscherpe achtergrond

De volgende factoren geven je dus een wazigere achtergrond:

  • Een hogere vergrotingsfactor, dus meer telebereik of dichter bij je onderwerp staan. Dit combineren is natuurlijk nog beter.
  • Een grotere sensor in je camera.
  • Er voor zorgen dat je achtergrond verder weg is. (Niet het model tegen de muur, maar er een stukje voor)
  • En het enige wat je met de camera kunt instellen, het diafragma. Een kleiner F-getal geeft een wazigere achtergrond.

  • Foto gemaakt door Vicktor Abrahams.

    Enkele tips en praktijkvoorbeelden

    Wazige achtergrond maken met een compact camera
    Een mooie onscherpe achtergrond maken met een compact camera is moeilijker dan met een spiegelreflex of systeemcamera, maar niet onmogelijk.

    1. Zet de camera in de A of AV stand
    2. Kies een zo klein mogelijk F getal
    3. Gebruik zoveel mogelijk optische zoom en ga dan zo dicht mogelijk op je onderwerp staan.
    4. Zorg ervoor dat de ruimte tussen je onderwerp en de achtergrond zo groot mogelijk is.
    5. Druk af

    Landschapsfoto maken waarop alles scherp is
    Met de compact camera is dit vrij simpel, de scherptediepte is immers gigantisch.

    1. Zet de camera in de A of AV stand
    2. Kies een zo groot mogelijk F getal
    3. Druk af

    Geschreven door
    Hendrik Leijenaar
    www.natuurplaten.nl



    Vond je deze tip leuk of handig? deel dit dan met je vrienden, hebben zij er ook wat aan!


    Schrijf je in en je ontvangt onze laatste trends, updates & aanbiedingen!
    loadingLoading...
    To Top