Gratis verzending in de Benelux
Op werkdagen voor 21 uur besteld, morgen in huis
Koopzondag 11 & 18 december
Categorieën
Merken


Verrekijkers - De begrippen, getallen en termen verklaard


Er zijn diverse soorten verrekijkers met uiteenlopende specificaties. Voor een leek kan het erg lastig zijn om op basis van deze specificaties te achterhalen wat een verrekijker precies kan, op deze pagina behandelen wij daarom de meest voorkomende termen en begrippen.


Keuzehulp verrekijkers


Vergroting

Vergroting is de mogelijkheid om een onderwerp optisch dichterbij te halen. Verrekijkers hebben bepaalde waarden, bijvoorbeeld 10x42. Het eerste getal staat altijd voor de mate van vergroting, een 10 x .. kijker geeft dus altijd een vergroting van 10 maal. Met andere woorden; je kijkt naar een onderwerp dat op 100 meter afstand staat en door de kijker lijkt het alsof je er 10 meter bij vandaan staat. Het onderwerp komt 10 maal zo groot in beeld.


De mate van vergroting die het meest geschikt is hangt af waar en hoe je een verrekijker wilt gaan gebruiken. Bij een geringe vergroting kom je minder dichtbij het onderwerp en kun je weinig details onderscheiden. Een sterke vergroting maakt daarentegen het trillen van de hand beter zichtbaar en beperkt de breedte van het gezichtsveld.


Lichtsterkte

Officieel wordt de lichtsterkte bepaald door de grootte van het voorste lensdeel. Bij een kijker van 10 x 42 staat het tweede getal 42 voor de lichtsterkte, het voorste lensdeel is 42 mm groot. Hoe groter de diameter, hoe meer licht er in de kijker kan vallen. Het uiteindelijke resultaat van de hoeveel licht dat hierna weer uit de kijker komt, is echter vooral afhankelijk van de kwaliteit van de gebruikte lenzen en de gebruikte coatings. Dit getal zegt dus lang niet alles over de uiteindelijke lichtsterkte van een verrekijker.


Een grote lichtsterkte is fijn. Het kijkt lekker, geeft een helder beeld en laat veel licht naar binnen. Het nadeel is de grootte en het gewicht van de kijker. Hoe groter het voorste lensdeel is, hoe groter en zwaarder de kijker zal zijn. De voordelen van een lichtsterke verrekijker wegen daarom niet altijd op tegen de nadelen. Gebruik je de kijker in donkere omstandigheden en is gewicht niet van belang, ga dan voor een lichtsterke kijker. Gebruik je deze echter voornamelijk overdag en heb je beperkte ruimte, dan ben je waarschijnlijk beter af met een minder lichtsterke kijker.


Schemergetal

Het schemergetal van een kijker zegt iets over het vermogen om details te onderscheiden in het donker, het is namelijk niet alleen de lichtsterkte die dit bepaalt. Neem als voorbeeld een zeer lichtsterke kijker die maar 3x vergroot. Dan kunnen we in het donker het nummerbord van een auto wel heel goed zien, maar we kunnen de getallen vanwege de geringe vergroting niet lezen. Met een wat minder lichtsterke kijker die veel vergroot is het beeld weliswaar donker, maar zijn de nummers wel leesbaar.


Het schemergetal kunnen we uitrekenen door de wortel uit de vergroting te vermenigvuldigen met de lichtsterkte. Een 7 x 42 kijker geeft dan een schemergetal van 17,15 en een 10 x 42 kijker 20,5. Hoe hoger het getal, hoe groter het vermogen om details waar te nemen in het donker. Vermenigvuldigen we het schemergetal met een factor 10 dan weten we bij benadering op wat voor afstand we nog details kunnen waarnemen in het donker. Bij een 10 x 42 kijker zal dit dus rond de 200 meter zijn.


Lichttransmissie

Bij verrekijkers draait alles om licht en lichtverlies. Iedere keer dat licht een lensvlak raakt, verlies je een deel van het licht. Een lichtverlies van 20% door een enkele lens is hierbij heel normaal, maar door gebruik te maken van coatings kan het lichtverlies worden beperkt. Hoe beter de coating, hoe minder lichtverlies en hoe helderder het beeld. Topmerken zoals Leica en Swarovski coaten hun lenzen elk 6 tot 9 maal om zodoende tot optimale prestaties te komen. Daarnaast is natuurlijk ook de kwaliteit van het gebruikte glas en de manier van slijpen bepalend voor het uiteindelijke resultaat.


Uittredepupil

Een kijker vangt het beeld en projecteert dat als het ware voor jouw oog. De grote van het beeld dat je gaat zien, wordt bepaald door de combinatie van lichtsterkte en vergroting. Een voorbeeld: Een kleine kijker van 10 x 25 heeft een uittredepupil van 25 : 10 = 2,5 mm. Een grotere kijker van 10 x 50 heeft een uittredepupil van 50 : 10 = 5mm. De grote kijker projecteert dus een beeld van rond 5 mm en de kleine van slechts 2,5 mm. Uiteraard kijk je gemakkelijker door een groot 'gat' dan door een klein gaatje. Onze pupillen zijn overdag 2 mm groot, je kijkt daarom overdag gemakkelijk door vrijwel iedere verrekijker. 's Avonds wordt dit anders, een pupil wordt dan groter (tot wel 7 mm) en je kunt dus door een kleine kijker vrijwel niet meer kijken.



De vorm van de uittredepupil is tevens een indicatie voor de kwaliteit van de kijker. Wanneer de uittredepupil perfect rond is, duidt dit op een zeer goede kwaliteit van de lenzen. Bij een slechte kwaliteit van de lenzen is de uittredepupil niet perfect rond, maar hoekig of misvormd, wat resulteert in een verminderde lichtopbrengst en slechtere beeldkwaliteit.


Helderheid

De helderheid van een kijker wordt bepaald door de effectieve lichtwaarde. We weten de uittredepupil van een kijker en, door deze met zichzelf te vermenigvuldigen, weten we de helderheid. Bij een kijker van 10 x 42 is de uittredepupil dan 4,2 mm en de helderheid 4,2 x 4,2 = 17,6.


Hoe hoger het getal, hoe helderder het beeld in een kijker is. We hebben hierbij wel te maken met een maximale bovengrens van 50. Daarboven heeft geen zin, omdat onze ogen nemen dit niet meer kunnen waarnemen. Kijkers met een uittredepupil van 7 mm, zoals een 7 x 50, 8 x 56, of 9 x 63, geven dus een maximaal helder beeld want hun helderheid is 7 x 7 = 49.


Eye-relief (oogafstand)

De kijker vangt het beeld en projecteert dit voor jouw oog. De afstand tot de kijker waarop dit beeld als scherp wordt weergegeven, is het eye-relief. Bij een kijker met een flinke eye-relief wordt het volledige beeldveld op behoorlijke afstand van het oculair gevormd. Hierdoor kunnen brildragers met hun bril op het hele beeldveld nog steeds zien. Vouw hiervoor de oogrubbers om of klik de oogschelpen in, waardoor de afstand van de bril tot de kijker kleiner wordt. Maar ook niet-brildragende mensen kunnen dit. Schuif of draai de oogschelpen omhoog om het hele beeldveld te zien. Dit laatste werkt zelfs contrastverhogend. Een eye-relief van 12 mm is meestal al voldoende, bij een echte groothoek kijker is ongeveer 18 mm nodig.


Field of View

Een verrekijker kijkt om zich heen naar de wereld en ziet hierbij minder breed dan wij doen. De breedte waarin de kijker om zich heen kijkt noemen we het gezichtsveld, dit wordt aangegeven met 'field of view'. Vaak geven de fabrikanten op hoe breed je op 1000 meter afstand kan kijken of benoemen zij een aantal graden gezichtshoek. Het aantal graden kun je vervolgens vermenigvuldigen met 17,45 om het gezichtsveld in meters breed op 1000 meter afstand vast te stellen. Hoe meer meters, hoe breder het gezichtsveld.


Het gezichtsveld van de kijker wordt bepaald door het gebruikte oculair, hierbij is er een onderscheid tussen speciale groothoek oculairen en gewone oculairen. Of een kijker een groothoekoculair heeft kun je vaak opmaken aan de aanduidingen van het type (W staat voor 'Wide') of je kunt dit zelf even uitrekenen. Hiervoor vermenigvuldig je de vergroting met het field of view (in graden). Wanneer de uitkomst hoger of gelijk is aan 60 beschikt de kijker over een groothoek oculair.


Coating

Alle moderne verrekijkers worden uitgerust met zogenaamde coatings, dit is een heel dun laagje (ongeveer 137 nanometer) van een bepaalde substantie die onder hoogvacuüm op de lens wordt gedampt. Het resultaat van deze laag is een veel beter beeld bij slechte lichtomstandigheden zoals in mist, schemer of regen. Zonder die coatings zou het in een kijker heel mistig en donker worden.


Meer coatings op een lens bevorderen de lichtdoorlaatbaarheid wat resulteert in een helderder beeld.


Wat betekenen al die letters?


B of Z. De eerste letters zijn bijna altijd een B, D of Z. Bij B of Z liggen de prisma's naast elkaar en daardoor is het kijkerhuis wat breder. Dit noemt men het porro-model.

D staat voor dakkant-model. Bij dit model liggen de prisma's achter elkaar, waardoor een slankere kijker wordt verkregen. Dit noemt men het roofprisma of dakkant kijker

W of WF is Wide angle of wide field of view en betekent groothoek.

HP is high eyepoint, vergroot zoekerbeeld.

C of CF is centrale scherpstelling, dus met één instelwiel beide oculairen scherpstellen, de normale verrekijkers dus.

IF is individuele scherpstelling, elk oculair links en rechts worden apart van elkaar scherpgesteld, de observatiekijkers dus.

RA is rubber-armoured, rubber bekleding dus.



Schrijf je in en je ontvangt onze laatste trends, updates & aanbiedingen!
loadingLoading...
To Top