Gratis verzending in de Benelux
Op werkdagen voor 21 uur besteld, morgen in huis
Sinterklaas Deals: Tot 80% korting!
Geplaatst op 25 maart 2013

Nachtlandschappen - Roberto Bogers

Als anderen slapen is Roberto Bogers met zijn camera op pad. Zelfs een heel klein beetje maanlicht is al voldoende om indrukwekkende landschappen en kleuren te fotograferen.

Nachtlandschappen

Helaas ben ik ’s ochtends vroeg niet altijd op mijn best. Dus het was niet eens zo vreemd dat ik een tijd geleden het ‘gouden uurtje’ waar ik naar op jacht was iets te ruim had ingeschat en zodoende midden in de nacht met mijn uitrusting op de hei stond. Het ochtendlicht was nog uren weg, maar als je dan toch met een camera in je hand staat ga je uiteraard vanzelf foto’s maken. En er ging een nieuwe wereld voor me open: het nachtlandschap.


Hoewel je het misschien niet zou verwachten kom je ’s nachts vaak erg mooi en bruikbaar licht tegen. Zelfs een heel klein beetje maanlicht is al voldoende om indrukwekkende landschappen en kleuren te kunnen fotograferen. Ik moet dus wel toegeven dat het best een tijdje duurde voordat ik met goede foto’s thuis kwam. Want hoewel ik eigenlijk had eigenlijk verwacht dat de belichting het grootste probleem zou zijn, blijken de uitdagingen ’s nachts vooral wat praktischer van aard. Overigens zijn die uitdagingen meestal ook erg voor de hand liggend, maar omdat je daar niks aan hebt als je er te laat achter komt geef ik je toch een aantal inkoppertjes mee. die ontdekking laat ik de gouden uurtjes ook gewoon links liggen en ben ik veel ’s nachts in de natuur te vinden.

Zaklamp

De belangrijkste (en gelijk de meest voor de hand liggende) tip: neem een zaklamp mee! Niet alleen om te voorkomen dat je je benen of je camera breekt (bossen en heidegebieden zijn érg verraderlijk in het donker), maar ook voor de camerabediening. Op sommige plekken kan het echt pikkedonker worden en dan is het toch handig als je kunt zien op welk knopje je nou precies aan het drukken bent. Want ook al ken je je camera door en door, een foutje is snel gemaakt (bij mij zit het knopje ‘foto terugkijken’ bijvoorbeeld vlak naast het vuilnisbakje). En ook voor het scherpstellen is een zaklamp erg handig, maar daar kom ik zo meteen nog op terug.


Kaderen

Als je in het donker door je zoeker kijkt zul je merken dat het niet meevalt om je uitsnede te bepalen of de horizon recht te houden. Je zoekerbeeld is normaal gesproken een helder beeld in een soort zwart gat, maar ’s nachts is bijna heel je zoekerbeeld zwart. En áls je al wat lichtpartijen ziet, dan heb je geen idee waar ze precies in beeld komen te staan, omdat je vaak amper kunt inschatten waar de foto eindigt en het kader begint. Ook de horizon is vaak maar moeilijk horizontaal te houden en hoewel veel moderne camera’s met een digitale waterpas zijn uitgerust is die niet echt nauwkeurig. Bovendien lost hij ook het probleem van je kadering niet op.


Dus is het aan te raden om in eerste instantie gewoon een foto te maken die behoorlijk overbelicht is. Puur om te kijken waar je horizon ongeveer uithangt en wat er wel of niet in beeld komt. Op basis van die overbelichte foto kun je redelijk inschatten hoever je je statiefkop nog moet kantelen om de horizon recht of op de gulden snede te krijgen, en of je nog wat moet inzoomen om die vervelende tak buiten beeld te houden. Vervolgens maak je weer een overbelichte foto om de compositie te beoordelen, net zolang totdat het beeld is zoals je het hebben wilt. Pas daarna ga je je druk maken om belichting en scherpstelling.

Scherpstelling

Je autofocus heeft een bepaald contrast nodig om scherp te kunnen stellen. De kans is groot dat dat contrast er ’s nachts niet is, tenzij je een foto van de maan of een andere heldere lichtbron wilt maken. Daarom kun je er vaak beter voor kiezen om handmatig scherp te stellen. Nu vertelde ik zojuist dat je bijna niets ziet door je zoeker, maar ervan uitgaande dat je een groothoeklens gebruikt (we maken tenslotte landschappen) en we gelukkig ook die zaklamp hadden meegenomen is dat niet zo’n groot probleem. We gaan namelijk scherpstellen met de afstandsring op je lens.


Als je naar de schaalverdeling van die afstandsring kijkt zul je merken dat die niet lineair is. Hierboven zie je bijvoorbeeld dat de stap van 1 meter naar oneindig bijna net zo groot is als de stap van 0,5 meter naar 0,7 meter. Op grotere afstand hoeft de scherpstelling dus blijkbaar niet zo secuur te zijn (en dat is ook logisch, gezien het feit dat je scherptediepte mede wordt bepaalt door de scherpstelafstand. Hoe verder weg je focust, des te groter wordt de scherptedipte. Daardoor luistert het ook minder nauw of je wel op exáct het juiste punt scherpstelt). Bovendien geven groothoeklenzen per definitie een relatief grote scherptediepte, dus met een beredeneerde gok komen we een heel eind.


Wil je bijvoorbeeld focussen op de sterren, de maan of op bliksem, dan zet je je scherpstelring op oneindig. En voor die bomenrij op een meter of 40 afstand ga je ook naar oneindig, maar draai je je ring vervolgens ietsje terug. En hoewel ‘ietsje’ misschien een ruim begrip is zit je met een diafragma van f5.6 of kleiner meestal wel goed.

Bliksem fotograferen: brandpunt in het korte groothoekbereik, autofocus uit, scherpstellen op oneindig en (i.v.m. de horizon) de scherpstelling vervolgens een heel klein beetje terugdraaien, diafragma f5.6 of kleiner. Alles scherp!


Opmerking: bij nachtlandschappen zul je de focus vaak op de hemel of de horizon willen leggen, en zelden tot nooit dichtbij. Maar als je specifiek onderwerpen wilt fotograferen (zoals paddestoelen bijvoorbeeld) dan krijg je ineens met een heel andere situatie te maken. Je zult dan eerder een standaard- of telelens willen gebruiken en veel dichterbij moeten scherpstellen. Dat maakt manueel focussen een stuk moeilijker! In dat geval kun je beter je onderwerp even met een sterke zaklamp uitlichten en gewoon de autofocus gebruiken.


Belichten

’s Nachts is een ‘juiste’ belichting nogal subjectief. Het hangt er maar net vanaf wat voor effect je voor ogen hebt of wat je mooi vindt. Je kunt er voor kiezen om bomen als silhouet tegen de hemel af te laten steken, maar ook om nog doortekening en structuur in je voorgrond te behouden. De maan kan zowel onderwerp als lichtbron zijn, en de hemel kun je naar keuze helemaal zwart of donkerblauw maken. Kortom, op je lichtmeter hoef je niet af te gaan, want jouw bedoeling bepaalt de belichting. In veel gevallen zul je er voor (moeten) kiezen om stevig over- of onder te belichten.


En met name vanwege dat woordje ‘stevig’ raad ik mensen aan om niet op de halfautomaat (stand S of A, of Tv/Av) te fotograferen, maar juist manueel (stand M). In de halfautomatische standen moet je namelijk over- of onderbelichten door middel van de belichtingscompensatie (die +/- knop), en op mijn camera kan dat tot maximaal 5 stops. Op sommige camera’s is dat misschien zelfs minder, maar er zijn situaties denkbaar waarbij zelfs die 5 stops niet genoeg zijn voor het effect wat je wilt bereiken. In stand M kun je meer dan 5 stops overbruggen, mede dankzij sluitertijdinstelling B of ‘bulb’.


Nou wilde ik aanvankelijk de belichting ook vooral via de sluitertijd controleren, maar dat bleek niet altijd een succes te zijn. Wolken bewegen behoorlijk snel en de maan ook, dus je krijgt al gauw met bewegingsonscherpte te maken. Sterker nog, als je de maan als perfecte cirkel wilt fotograferen zul je soms (afhankelijk van je brandpunt) juist met een behoorlijk korte sluitertijd moeten werken.


Zelfs met de sterrenhemel moet je oppassen, want ook die beweegt sneller dan je misschien zou verwachten. Met een 17mm objectief op een fullframe camera kan ik maximaal 30 seconden belichten voordat de sterren kleine streepjes worden. Bij langere brandpunten of camera’s met APS-C sensoren is dat nog korter, dus als je geen bewegingsonscherpte wilt zul je goed moeten letten op je sluitertijd.


Daarom is voor mij de ISO-waarde vaak de variabele waarmee ik mijn belichting controleer. Mijn diafragma staat dan op de waarde waarop mijn lens het best presteert, of (als scherpte niet echt héél belangrijk is) op de maximale opening min 1 stop. De sluitertijd wordt afgestemd op de bewegingssnelheid van de maan, de wolken of de sterren, en dan heb ik dus de ISO-waarde nog over als instrument om de belichting mee te regelen. Daar zullen veel mensen misschien niet vrolijk van worden (zeker niet degenen met wat oudere camera’s), maar tegenwoordig presteren camera’s behoorlijk goed op hogere ISO-waarden dus dat hoeft echt geen probleem te zijn. Overigens komt het ook maar zelden voor dat ik hoger moet dan 1200 ISO.


Het alternatief is natuurlijk om toch met langere sluitertijden te werken en de bewegingsonscherpte voor lief te nemen. Dat kan zelfs hele mooie effecten opleveren. Maar hou dan wel in gedachten dat een stop ’s nachts maar weinig voorstelt. Als je bijvoorbeeld start met 20 seconden en je moet vervolgens nog 2 stops overbelichten, dan kom je uit op 80 seconden. En dat betekent dat je de B of ‘bulb’ stand moet gebruiken. Zonder afstandsbediening of laptop sta je dan dus gewoon 80 seconden met je vinger op een knopje te drukken terwijl je je horloge (in het donker) in de gaten houdt. Je moet er maar trek in hebben… (opmerking redactie: of je gebruikt een afstandsbediening met ingebouwde timer)

Sterren fotograferen

Het fotograferen van sterren (of liever gezegd, de sterrenhemel) is weer een verhaal apart. Want om een mooie sterrenhemel te kunnen fotograferen wil je natuurlijk dat er zo veel mogelijk sterren zichtbaar zijn. En daarvoor moet het niet alleen helder zijn, maar het liefst ook zo donker mogelijk. Dus fotografeer je de sterren het best wanneer er geen maan is. Maar zonder maan worden niet alleen de sterren beter zichtbaar, maar ook het strooilicht.


Strooilicht is veelal stadslicht dat in de atmosfeer door wolken, waterdruppeltjes en stofdeeltjes wordt gereflecteerd en als een viezig bruin/oranje schijnsel boven de horizon zichtbaar is. Maanlicht is vrij sterk en ‘overstemt’ het stadslicht soms (gedeeltelijk), maar sterren geven bijna geen licht af en hebben dus behoorlijk last van dat strooilicht. Daar is weinig tegen te doen, behalve op zoek te gaan naar locaties waar minder strooilicht is. Met andere woorden, zo ver mogelijk van de bewoonde wereld vandaan. Dat valt in Nederland niet echt mee, maar toch zijn er wel plekken te vinden waar het redelijk donker is (zogenaamde ‘dark spots’). Op de site www.blue-marble.de/nightlights/2012 kun je de lichtvervuiling bekijken en zoeken naar een plek bij jou in de buurt waar zo’n dark spot is. En als je daar nog nooit eerder geweest bent zal het je waarschijnlijk verbazen hoeveel méér sterren je daar ziet dan in de omgeving van steden, dorpen of wegen.


Strooilicht is overigens niet per definitie een vervelend verschijnsel. Wanneer het bewolkt is bijvoorbeeld zorgt het strooilicht ervoor dat de wolken van onderaf aangelicht worden. En dat kan hele spectaculaire foto’s van hele saaie luchten opleveren. Fotografeer dan wel in RAW (zoals altijd natuurlijk) zodat je de kleur van dat strooilicht achteraf kun wijzigen.

De ongemakken van het nachtleven

Naast het feit dat je bijna prehistorisch gaat fotograferen heeft nachtfotografie op de hei of in het bos nog een aantal verrassingen voor je in petto. Want ook al ken je het gebied misschien heel goed, je stapt ’s nachts echt een heel andere wereld in. Herkenningspunten zijn ineens onvindbaar, het inschatten van afstanden is veel moeilijker en je hoort ook heel andere geluiden dan overdag. En met name dierengeluiden kunnen ‘s nachts behoorlijk indrukwekkend klinken; zelfs op een kilometer afstand klinkt het alsof het van heel dichtbij komt.


Nu zijn er in Nederland niet echt gevaarlijke dieren, maar ’s nachts wil je toch liever geen zwijn met jongen of een edelhert in de bronstijd tegenkomen (en al helemaal niet als je voor honderden of misschien duizenden euro’s aan apparatuur bij je hebt). Daarnaast worden sommige gebieden begraasd door schapen, paarden of Schotse Hooglanders, en hoewel die ook niet echt gevaarlijk zijn fotografeert het een stuk makkelijker als je er niet door wordt lastiggevallen.


Ik ben zelf bijvoorbeeld eens midden in een groep paarden terecht gekomen (of liever gezegd, de paarden waren in een cirkel om mij heen terecht gekomen), en in zulke situaties merk je pas goed hoe beperkt je ’s nachts bent. Je ziet alleen maar iets in het smalle schijnsel van je zaklamp, en dat is te weinig als één paard net begonnen is met het verorberen van je statieftas, een ander aan je groothoeklens staat te likken en een derde in de buurt van je cameratas (die op de grond ligt) op de grond staat te stampen. Inderdaad, chaos. En even bukken om je tas op te rapen doe je niet snel tussen 20 paardenbenen… Kortom; zoek vooraf even uit of er wilde of tamme dieren in het gebied voorkomen waar je gaat fotograferen, of ze in deze periode misschien jongen kunnen hebben en of het wellicht paartijd is. Het bespaart je mogelijk een hartverzakking.


En tot slot, nu we het toch over voorbereiding hebben: neem altijd een telefoon mee, laat iemand weten waar je bent en spreek een tijd af waarop je weer thuis bent. Natuurgebieden hebben geen adres en huisnummer, dus als er iets gebeurt is het wel zo fijn dat zowel jij als je partner (of iemand anders) precies weten waar je bent. En wat dat betreft is een TomTom ook erg handig i.v.m. gps-coördinaten.


Veel plezier, en mooie foto’s toegewenst!


Roberto Bogers
robertobogers.jouwweb.nl/

Schrijf je in...
Ontvang de laatste trends, updates
en aanbiedingen!

Schrijf je in en je ontvangt onze laatste trends, updates & aanbiedingen!
loadingLoading...
To Top